Home arrow Weblog arrow Op zoek naar inspiratie
Op zoek naar inspiratie PDF Afdrukken E-mail
In mijn vorige bijdrage heb ik geprobeerd een gemiddelde dag uit het leven van een TDA-rijder te beschrijven. Omdat we dag in dag uit dezelfde handelingen en activiteiten uitvoeren (rustdagen uitgezonderd) is er sprake van routine. En op een gegeven moment verandert routine in sleur. En dat moment bereikten we zo'n beetje allemaal in Botswana.
joachim_0390.jpg
Het is vooral de fase waarin we ons nu bevinden. Zo is zo goed als iedereen bezig met aftellen. Resterende kilometers en dagen worden bijgehouden, de immer grundliche Duitsers onder ons houden statistieken bij van het percentage 'nog te gaan' en gemiddelde kilometer per dag. Tja, je moet wat met je vrije tijd als er geen electriciteit voorhanden is om urenlang naar je laptop te staren.
 
Aftellen dus, wat een gevoel van naderend eind geeft. Maar niet helemaal, want we moeten echt nog steeds zo'n 25 procent van de afstand doen (hiervoor even de Duitse statistieken geraadpleegd).
 
Maar het is ook de omgeving waar we nu zijn, tussen Maun en Windhoek, die geen goed doet. Grotendeels een 'leeg' gebied, zonder steden of dorpjes. Zelfs vee is hier nauwelijks te zien. Voeg daarbij de gemiddelde afstand die we in dit deel doen (154 km, bron: duitse rijders) en het beeld is compleet: sleur, saaiheid.

Ik probeer dat gevoel van me af te zetten en de pessimisten onder ons te vermijden. In plaats van "gelukkig nog maar drie bush camps te gaan", is het voor mij eerder "dit is een van de laatste bush camps. Want voor mij zijn de bush camps juist een bijzondere belevenis: ver verwijderd van de bewoonde wereld onder een immer wolkeloze nacht, waardoor de ontelbare sterren op een manier schijnen die in Europa onmogeljk zou zijn. Door het muskietennet van het tentdoek kijk ik naar het Zuiderkruis (zo'n beetje de enige groep sterren die ik weet te herkennen) en luister met ongewassen voeten naar de stilte van de nacht.
  sany0799.jpg
En vooral in Botswana is het stil. In deze stilte probeer ik te begrijpen welk gevoel bij mij overheerst: het bush camp gevoel dat zegt dat ik nog lang niet genoeg heb van kamperen in de wildernis of het naderend einde gevoel dat me nerveus maakt (ik ga deze tour winnen als er niets mis gaat. Er zal toch niets mis gaan?)

Ik kom er niet echt uit. Lange tijd keek ik uit naar het einde en nu het dichterbij komt wil ik dat het langer duurt. Dan dringt het tot me door: ik ben eigenlijk klaar met fietsen. De lange wegen, de eentonigheid van het landschap, de afwezigheid van echte strijd in de race zorgen ervoor dat ik fietsen niet meer echt leuk vindt. (En eerlijk gezegd: sinds twee dagen heb ik serieus zadelpijn.) Het kamperen en toeristische uitstapjes, zoals de Vic Falls en de Delta, daarentegen zijn leuke alternatieven. Deze conclusie doet pijn, want ik was toch primair naar Afrika gekomen om te fietsen. En nu stel ik vast dat ik daar eigenlijk klaar mee ben.

Weet je wat? Mijn horizon wordt nu Windhoek. Tot daar zal het fietsen saai zijn, vooral als we morgen de langste etappe van de hele tour gaan doen (207 km!). Ik hoop de sectie te winnen, want dat moet van mijn eergevoel. En als ik Windhoek ben gaan we de bloemetjes eens flink buiten zetten. Misschien wordt ik wel ouderwets dronken.
 
En daarna, in de volgende sectie van Windhoek naar Kaapstad, ga ik alleen nog maar genieten. Dan komt Silvia (de tot nu onzichtbare redacteur en mijn vriendin van deze blogs) naar Namibië. Dan ga ik als een soort recreant de twaalf resterende etappes doen. Ik neem misschien wel een dag vrijaf. Dat kan ik me veroorloven, want ik heb voldoende voorsprong (na toepassing van de Kaapstad-regel). En misschien ga ik wel weer rustig koersen: weer cokestops inlassen of koffiedrinken. Zoals eerder.
 
Ik kijk er naar uit. Mijn neerslachtige gevoel is prompt verdwenen. Nu alleen nog deze saaie Botswana dagen doorkomen.